Zorgverzekeraars en leefstijlspecialisten kunnen iedereen gaan helpen met een gezonde leefstijl

Lifehappens Wanganui tree klEind vorig jaar publiceerde NationaleVacaturebank de resultaten van een eigen onderzoek (¹) naar de rol van werkgevers betreffende de gezonde leefstijl, onderdeel van het thema duurzame inzetbaarheid. Van de ondervraagden zegt 88% dat hun werkgever er niets aan doet. Toch zou 38% het fijn vinden als dat wel het geval zou zijn. En 51% heeft er geen problemen mee maar bepaalt zelf of ze er iets mee doet.

Het gaat hierbij wat mij betreft om het veranderen van gedrag en daarnaar wordt veel onderzoek gedaan. In de praktijk belonen we liever goed gedrag in plaats van het bestraffen van fout gedrag. Onze overheid doet dat bijvoorbeeld door iets nieuws eerst te stimuleren met een subsidie, onder andere voor een elektrische auto of een set zonnepanelen. Als er na verloop van tijd sprake is van een substantiële groep gebruikers dan worden de overige burgers gestimuleerd om ook de overstap te maken door het verhogen van belastingen of accijnzen op hun niet langer gewenste manier van consumeren. Òf je geniet van de early adaptor korting òf je wordt met een belastingverhoging uitgenodigd alsnog te veranderen. En daar wringt hem wat mij betreft de schoen als het gaat om de gezonde leefstijl ingeburgerd te krijgen, we blijven te lang hangen in de subsidiefase. We zijn verslaafd aan hulp van bovenaf en eisen, als het ons uitkomt, zelfbeschikkingsrecht en meer inspraak. Met een lagere productiviteit gemiddeld vanaf het vijfenveertigste levensjaar, de vergrijzing, het optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd en het inperken van ons sociale zorgstelsel zal iedereen meer zelf het initiatief moeten nemen en verantwoorde keuzes maken.

Eerder (²) schreef ik al dat het door de overheid opgerichte Convenant Gezond Gewicht onder leiding van Paul Rosenmöller voorstellen deed om werkgevers meer te betrekken bij leefstijlverbetering van hun medewerkers. Ik heb mij daartegen gekeerd omdat ik van mening ben dat leefstijl vooral iets is van de privépersoon achter de medewerker, het leven bestaat uit tien belangrijke gebieden, de werkomgeving is er slechts een van. Veel jongeren kunnen nog niet aan werk komen, mensen zijn werkloos, zijn arbeidsongeschikt , worden ZZP’er of schrijven zich uit bij het UWV, zij en anderen die niet in het arbeidsproces zitten worden op deze manier gediscrimineerd en niet gestimuleerd om een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Door de toenemende flexibilisering van arbeid is een werkgever steeds minder de stabiele factor van waaruit verbetering van de eigen leefstijl moet worden ondersteund. Die kijkt bij elk initiatief naar wat onderaan de streep de toegevoegde waarde is en wat het hem gaat kosten. Hij is vooral gefocust op zijn dienstverlening of productieproces. Gezonde leefstijl is een nog te nieuw onderwerp om in alle organisaties spontaan op de agenda te komen.

Gezonde leefstijl kan worden samengevat met de term BRAVO, en dat staat voor:

              (meer)     Bewegen
(stoppen met)      Roken
          (minder)      Alcohol
         (gezonde)     Voeding
              (meer)      Ontspanning

Op elk van deze deelgebieden is de overheid reeds actief met informeren en subsidiëren, nu vraagt ze aan werkgevers om een deel van die rol over te nemen. Ik zie dat als een voorbeeld van een terugtredende overheid die het stimuleren van goede gezondheid graag meer aan de markten overlaat. Maar met werkgevers als nieuwe trekker van deze kar worden lang niet alle burgers bereikt. Op een bevolking van bijna 17 miljoen zielen zijn er bijna 13 miljoen ouder dan 20 jaar. En volgens het CBS hadden in het derde kwartaal van 2013 daarvan slechts 4,8 miljoen personen (beroepsbevolking van 20 -65 jaar) een vaste arbeidsrelatie. Zo bezien heeft het grootste deel van de bevolking vanaf 20 jaar geen kans op financiële stimulering door een werkgever op het gebied van gezonde leefstijlontwikkeling.

Voor elke leeftijdsgroep zijn een of meerdere van de vijf BRAVO elementen actueel en hoe jonger begonnen des te groter de langdurige gezondheidswinst. Aangezien de overheid via het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport qua gezondheid meer sturend is naar zorgverzekeraars dan werkgevers in het algemeen heeft de eerste partij de beste kaarten om de gezonde leefstijl ‘in de markt te zetten’ en krijgt zij extra verdiencapaciteit. Bovendien heeft de sector via de zorgverleners al veel kennis over de gezondheidsontwikkeling van de burgers. Inmiddels hebben zij healthcenters gerealiseerd, bieden ze stoppen-met-roken cursussen aan en geven voedingsadviezen. Ook werken ze hard aan een betere controlesystemen zodat straks eerder het rendement van BRAVO gedrag zichtbaar wordt. En verzekerden blijken tot op zekere hoogte gevoelig voor kortingen en extraatjes. Het zal ook moeten betekenen dat premies stijgen als mensen volharden in destructief gedrag, bijvoorbeeld door te blijven roken. De discussie daarover ligt nog gevoelig maar wordt intussen wel gevoerd want bijvoorbeeld niet-rokers vinden het desgevraagd in toenemende mate onacceptabel dat zij financieel moeten bijdragen aan de kostbare zorg waar veel rokers uiteindelijk een beroep op moeten doen.
In de nieuwe opzet zijn de eerstelijns BRAVO specialisten de nu al door het gehele land gevestigde leefstijlspecialisten waardoor voor iedereen kennis en begeleiding in de eigen buurt beschikbaar is. Binnen hun netwerken zitten al bewegings- en voedingsdeskundigen. Hun inzet is essentieel want het rendement van slechts een training is beperkt. Het gaat er om nieuw gedrag gedurende een bepaalde periode in de praktijk te brengen tot het routine is geworden. Externe hulp helpt mensen om realistische doelen te stellen, te bewaken èn te behalen.

Zorgverzekeraars moeten de kans krijgen om de gezonde leefstijl in het basispakket op te nemen en die te promoten met in eerste instantie subsidie van de overheid. Daarmee heeft elke burger toegang tot BRAVO en kan met premiedifferentiatie worden gewerkt om het op ieders agenda te krijgen. In een volgende fase zullen er ook financiële prikkels moeten komen om de nog passieve burger met een risicovol BRAVO-profiel ook in beweging te laten komen, de overheidssubsidie kan dan worden afgebouwd.

Werkgevers dienen vooral hun bedrijfsomgeving optimaal in te richten op BRAVO of een suppletieregeling te bieden, al ontbeert het dan waarschijnlijk aan controle op het nakomen van de afspraken. Ik ben nu al benieuwd hoe de resultaten van een vervolgonderzoek er dan gaan uitzien.

(¹)  http://www.nationalevacaturebank.nl/informatie/artikel/persberichten/391185/nederlandse-werkgever-weinig-interesse-in-gezondheid-werknemer.html

(²): http://lifehappens.nl/een-gezonde-leefstijl-van-de-baas/